Algemeen
-
Wat houdt het programma Erkennen & Waarderen eigenlijk in?
In november 2019 hebben de Vereniging Universiteiten van Nederland (UNL), de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU), de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en ZonMw de position paper Ruimte voor ieders talent gepubliceerd. Daarin staat dat wij het werk van wetenschappers breder willen erkennen en waarderen door meer oog te hebben voor de verschillende kerndomeinen waarbinnen wetenschappers werkzaam zijn. Met de in 2023 verschenen routekaart Ruimte voor ieders talent in de praktijk geven de instellingen concreet aan wat zij de komende jaren in de praktijk willen bereiken.
-
Waarom is het programma in leven geroepen?
Veel wetenschappers ervaren een te eenzijdige nadruk op onderzoeksprestaties, waardoor werkzaamheden in andere domeinen regelmatig onvoldoende waardering krijgen. Als Nederlandse kennisinstellingen vinden wij het belangrijk dat wetenschappers naast onderzoek zich ook kunnen onderscheiden binnen de domeinen onderwijs, impact, leiderschap en patiëntenzorg. Daarnaast vragen de complexe wetenschappelijke en maatschappelijke uitdagingen van deze tijd om een beoordelingssysteem dat zowel (multidisciplinaire) samenwerking als het unieke talent van individuele wetenschappers waardeert. Daarbij komt dat academici een grote werkdruk ervaren omdat van hen wordt verwacht dat zij in meerdere domeinen actief zijn, terwijl zij voornamelijk worden beoordeeld op hun onderzoeksoutput.
-
Wat wil het programma Erkennen & Waarderen uiteindelijk bereiken?
Samen werken we aan een cultuurverandering om meer ruimte te maken voor de verschillende talenten van wetenschappers. Uitgangspunt is daarbij dat ieders talent telt. Daarvoor is een modernisering van het systeem van erkennen en waarderen nodig, waarin we:
- meer differentiatie en dynamiek creëren in de loopbaanpaden;
- het accent meer leggen op de kwaliteit van het werk en minder op kwantitatieve resultaten;
- recht doen aan zowel individuele wetenschappelijke prestaties en ambities als aan bijdragen die collectieve doelen dienen;
- hoogwaardig leiderschap stimuleren;
- en open science stimuleren.
-
Waarom spreken jullie van een cultuurverandering?
Het programma Erkennen & Waarderen betekent een grote cultuurverandering in de wetenschap. De ambities vereisen een gelijkluidende en integrale aanpak. Daarvoor is nationale en internationale afstemming tussen alle betrokken partijen onmisbaar. Complexe verandervraagstukken zoals het anders erkennen en waarderen van wetenschappers vragen om een dialogische veranderaanpak. Die aanpak begint met het creëren van een open gespreksklimaat waarin mensen veilig kunnen zeggen wat ze denken en nadrukkelijk aangemoedigd worden om (verschillende) meningen te uiten. Uiteindelijk richt de veranderaanpak zich op gedragsverandering, culturele inbedding en op nieuwe structuren en systemen die daaraan bijdragen.
-
Hoe is het programma Erkennen & Waarderen ingericht?
Na de publicatie van de position paper Ruimte voor ieders talent hebben alle betrokken instellingen een eigen Erkennen & Waarderen-commissie benoemd. Deze commissies werken met grote inzet aan de beoogde cultuurverandering op instellingsniveau. In alle instellingen hebben wetenschappers zelf richting kunnen geven aan Erkennen & Waarderen door middel van dialoogsessies. Op basis van deze gesprekken hebben de lokale commissies de ambities uit de position paper vertaald in een visiedocument dat past bij de zienswijze en de strategie van de eigen organisatie. Uit deze visiedocumenten blijkt een grote en inspirerende diversiteit in veranderaanpakken, zij het met hetzelfde doel: het realiseren van de ambities uit de position paper.
-
Hoe verhouden het landelijke programma Erkennen & Waarderen en de lokale programma’s zich tot elkaar?
Het programma Erkennen & Waarderen bestaat uit twee lagen. Enerzijds heeft elke betrokken instelling zijn eigen projectorganisatie en veranderaanpak. Anderzijds bestaat er een landelijk veranderprogramma waarin de instellingen samenwerken. Een breed samengestelde regiegroep coördineert het gezamenlijke programma. Het landelijk programmateam fungeert daarbij als de schakel tussen de regiegroep en de lokale commissies. Experimenteren, inspireren, co-creëren, good practices delen en van elkaar leren zijn de kernpunten van het gezamenlijke programma. Om dat te bevorderen is er een overlegstructuur en het online community platform RRview in het leven geroepen.
-
Wie is er precies betrokken bij het programma Erkennen & Waarderen?
Het initiatief voor het programma Erkennen & Waarderen ligt bij de verschillende koepelorganisaties. UNL vertegenwoordigt de veertien universiteiten, de NFU de zeven umc’s. Daarnaast zijn de institutenorganisaties van NWO en KNAW bij het programma betrokken. Verder dragen NWO en ZonMw als wetenschapsfinanciers bij aan het programma. Vanaf 2020 is ten slotte ook het Landelijk Netwerk van Levensbeschouwelijke Universiteiten (NLU) bij het programma betrokken. De NLU vertegenwoordigt de Universiteit van Humanistiek en de drie theologische universiteiten.
-
Hoe wordt het programma Erkennen & Waarderen gefinancierd?
De helft van kosten wordt gedragen door de samenwerkende kennisinstellingen. De kosten van de lokale veranderaanpakken komt voor rekening van de instellingen zelf. Omdat het programma aansluit bij de beleidsprioriteiten van het wetenschapsbeleid, heeft het ministerie een subsidie beschikbaar gesteld de periode 2022-2026. Daarmee wordt de andere helft van het gezamenlijke programma voor de helft bekostigd door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).
-
Wat is de looptijd van het programma?
Het gezamenlijke programma Erkennen & Waarderen loopt tot en met het einde van 2026.
-
Hoe verhoudt het programma Erkennen & Waarderen zich tot de ontwikkelingen in het buitenland?
Although the Netherlands is an ‘early mover’, similar developments are taking place elsewhere in the world. In the European context, the Coalition for Advancing Research (CoARA) was established in 2022 to reform quality assessment. In addition, there are ongoing developments in Norway, Finland, Latin America and elsewhere that show a clear affinity with the Recognition & Rewards programme. You can have a look at our Recognition & Rewards e-magazine which highlights some examples.
Inhoudelijk
-
Betekent Erkennen & Waarderen dat wetenschappers moeten excelleren in alle kerndomeinen?
Nee, dat willen we uitdrukkelijk niet. Met het programma Erkennen & Waarderen willen we juist dat wetenschappers hun eigen loopbaanpad kunnen vormgeven op basis van de eigen talenten. Daarbij vinden we het belangrijk dat wetenschappers zich kunnen profileren op één of meerdere kerndomeinen, en dat het profiel gedurende een loopbaan kan variëren. Vanwege de nauwe verwevenheid tussen onderwijs en onderzoek in het Nederlandse universitaire bestel, gaan we ervanuit dat wetenschappers voldoende competenties hebben in beide domeinen.
-
Wat betekent Erkennen & Waarderen voor de kwaliteit van onderzoek?
Veel wetenschappers ervaren een te eenzijdige nadruk op onderzoeksprestaties, waardoor werkzaamheden in andere domeinen regelmatig onvoldoende waardering krijgen. Daarnaast draagt de grote nadruk op traditionele outputindicatoren (zoals het aantal publicaties, de h-index en de journal impact factor) bij aan een hoge werkdruk. Met het programma Erkennen & Waarderen willen we het waarderingssysteem voor wetenschappers herijken en verbreden. In de beoordeling willen we daarom meer de nadruk meer leggen op kwaliteit, inhoud, wetenschappelijke integriteit, creativiteit, bijdrage aan wetenschap en/of maatschappij en het specifieke profiel waarbinnen een wetenschapper actief is. Op die manier doen we recht aan de verschillende werkzaamheden die een wetenschapper verricht. In navolging van de Adviesraad voor Wetenschap, Technologie en Innovatie (AWTI) spreken we daarom liever over kwaliteiten van onderzoek, in plaats van over één generieke maatstaf voor kwaliteit. Wat we onder kwaliteit verstaan en hoe we kwaliteit vervolgens moeten beoordelen is in de domeinen onderwijs, impact, leiderschap en patiëntenzorg nog onontwikkeld. Binnen het gezamenlijke programma volgen we de ontwikkelingen binnen de instellingen en proberen we waar mogelijk de ontwikkelingen op landelijk niveau bij elkaar brengen.
-
Betekent dit dat het gebruik van kwantitatieve indicatoren niet langer is toegestaan?
Eén van de doelstellingen uit de position paper Ruimte voor ieders talent (2019) luidt: focus op kwaliteit. In deze paper stellen we dat de impliciete en te eenzijdige nadruk op traditionele, meetbare outputindicatoren (zoals het aantal publicaties, de h-index, en de journal impact factor) medeverantwoordelijk is voor de hoge werkdruk. Daarnaast stellen we dat het gebruik hiervan de balans tussen wetenschapsgebieden kan verstoren en dat deze niet consistent is met de beginselen van de San Francisco Declaration on Research Assessment (DORA). Met de publicatie van de Agreement on Reforming Research Assessment (2022) is dit nog eens herbevestigd. De ondertekenaars van die verklaring hebben zich eraan gecommitteerd om af te zien van ongepast gebruik op tijdschriften en publicaties gebaseerde maatstaven, met name ongepast gebruik van de Journal Impact Factor (JIF) en h-index.
Bibliometrische indicatoren vertellen namelijk een verhaal, maar niet het hele verhaal. De gangbare indicatoren geven vaak een eenzijdig beeld van wetenschappelijke kwaliteit. De afgelopen jaren is er veel onderzoek gedaan naar de totstandkoming, het gebruik en de negatieve effecten van het gebruik van verschillende metrics. De conclusie daarvan is dat de voordelen vaak niet opwegen tegen de nadelen. Daarnaast zijn deze indicatoren niet vergelijkbaar over de grenzen van wetenschappelijke disciplines heen. Daardoor doen zij geen recht aan de diversiteit binnen de wetenschapsdomeinen en de wetenschapsbeoefening. Overmatige aandacht hiervoor kan leiden tot een verstoring van de diversiteit en de maatschappelijke impact van onderzoek. Tegelijkertijd staat het de uitvoering van open science in de weg. Het is daarom belangrijk het waarderingssysteem voor onderzoek te herijken en verbreden.
Daarom zoeken wij als kennisinstellingen naar een benadering die meer gebaseerd is op evidence. In het Strategy Evaluation Protocol 2021-2027 is een kwalitatieve beoordeling van onderzoeksgroepen bijvoorbeeld al het uitgangspunt. Verder werken steeds meer instellingen – waaronder NWO en ZonMw – met een evidence based cv. Daarin beschrijven wetenschappers hun profiel en prestaties op een samenhangende manier, ondersteund door de belangrijkste resultaten (evidence) die passen bij het profiel, de discipline en de context van de kandidaat.
Het evidence based cv geeft zeker ruimte voor een kwantitatieve onderbouwing. Het is dan ook niet zo dat het gebruik van kwantitatieve indicatoren verboden is, zoals wel eens wordt beweerd. Kwantitatieve indicatoren kunnen nog steeds worden gebruikt, zolang dit maar op een verantwoorde manier gebeurt. Uitgangspunt is dat de beoordeling van wetenschap en medewerkers is gebaseerd op kwaliteit. Wij vinden het belangrijk dat wetenschappers het gesprek voeren over de vraag wat kwalitatief goed onderzoek nu eigenlijk inhoudt. Wanneer betekenisvolle metrics een waardevolle toevoeging zijn en een wetenschapper kan uitleggen waarom een kwantitatieve indicator relevant is, dan geeft dat veel meer context en kan dat zeker worden meegenomen in de beoordeling.
-
Wat betekent Erkennen & Waarderen voor de internationale positie van het Nederlandse wetenschappelijke onderzoek?
Binnen de wetenschappelijke community bestaan er zorgen over de internationale positie van de Nederlandse wetenschap in relatie tot het uitvoeren van het programma Erkennen & Waarderen. Ook in de Tweede Kamer zijn er zorgen geuit. Daarom heeft de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in juli 2022 een verzoek ingediend om inzichtelijk te maken hoe de kwaliteit van wetenschap kan worden vastgesteld. In de in december 2022 gepubliceerde adviesbrief schetst de AWTI de verschillende manieren waarop de kwaliteit van wetenschap vastgesteld kan worden, wat daarvan voor- en nadelen zijn en welke nieuwe ontwikkelingen daarin gaande zijn.
Ook heeft de AWTI naar de internationale context gekeken. De AWTI schrijft dat een andere vorm van wetenschapsevaluatie de internationale positie of de reputatie van de Nederlandse wetenschap niet lijkt te bedreigen. Bovendien blijkt uit de internationale beweging die al gaande is dat een andere manier van erkennen en waarderen onvermijdelijk is. Nederland loopt daarin voorop, maar staat niet alleen. Vooroplopen biedt kansen om de richting te bepalen. Het programma zet zich in om ook internationale partners te betrekken, zodat er verder vorm kan worden gegeven aan andere manieren van erkennen en waarderen.
-
Hoe kijkt het programma Erkennen & Waarderen naar het gebruik van universiteitsrankings?
Universiteitsrankings zijn er in verschillende soorten en maten. De zogeheten league tables zijn ranglijsten die de prestaties van een universiteit op het gebied van onderzoek, onderwijs en impact proberen samen te vatten in één getal. Hiermee claimen ze de totale prestatie van een universiteit te weerspiegelen. Universiteiten vinden het belangrijk om internationaal goed te presteren in de ranglijsten, omdat er door veel studenten, wetenschappers, bedrijven en overheden naar gekeken wordt.
De wijze waarop deze league tables zijn opgesteld en de waarde die eraan wordt toegekend, staat op gespannen voet met de uitgangspunten van Erkennen & Waarderen. Allereerst is het combineren van prestaties op het gebied van onderzoek, onderwijs en impact tot één eendimensionale totaalscore niet op een zinvolle manier mogelijk. Daarnaast worden in league tables onderzoeksprestaties extra zwaar meegerekend en worden deze voor een belangrijk deel bepaald aan de hand van aantallen publicaties en citaties. Ook dit staat op gespannen voet met het programma Erkennen & Waarderen, waarmee we juist de nadruk willen leggen op verschillende soorten kwaliteit in plaats van kwantiteit.
- Heeft het programma Erkennen & Waarderen ook betrekking op het ondersteunend personeel?
From the outset, the Recognition & Rewards programme has focused on academics. Several institutions have called for a broadening of the national programme. In the Room for everyone’s talent in practice road map, the national Recognition & Rewards steering group promised that it would look into how the programme might help other groups within the institutions. In close consultation with – and on the advice of – the Recognition & Rewards project leaders, the steering group does not consider it appropriate in the current phase of the programme to apply steering at the national level regarding developments relevant to (academic) support staff. We have noticed that several institutions are deliberately opting for a broad change approach by also involving other groups in the implementation of Recognition & Rewards. At the same time, we are seeing that some of the other institutions are reluctant about such a broadening, as they feel it would lead to a dilution of the original programme. However, these institutions do regularly organise initiatives for their (academic) support staff, often under the banner of good employership.
The national steering group feels that both approaches deserve support, as they both fit in with the basic principle that good employership is primarily the responsibility of the institutions themselves. Moreover, the challenges faced by academic staff are in many respects different from those facing the various other target groups. We therefore take the view that (academic) support staff are entitled to a separate approach that fits in with their situation. After all, if we were to include support staff in the current Recognition & Rewards programme, we would risk losing sight of the issues that are unique to this group of staff members.
