Waarom het nieuwe Erkennen en Waarderen juist excellent onderzoek bevordert

Gedurende de laatste weken zijn enkele opiniestukken verschenen die vragen stellen over het nieuwe Erkennen & Waarderen (Recognition & Rewards) en Open Science in de Nederlandse wetenschap. Op 13 juli publiceerde de TU/e Cursor interviews met hoogleraren die het nut van een nieuwe visie op Erkennen & Waarderen in twijfel trekken. Een dag later, op 14 juli, vergeleek de voorzitter van de raad van bestuur van NWO wetenschap met topsport, een gedachtegang die past bij de traditionele manier van Erkennen & Waarderen in de wetenschap. Op 19 juli werd een opiniestuk gepubliceerd door 171 universitair (hoofd)docenten en hoogleraren, deze keer op ScienceGuide.nl, waarin opnieuw de nieuwe visie op Erkennen & Waarderen in twijfel wordt getrokken. Deze artikelen, allen gepubliceerd binnen een week, laten zien dat, nu de nieuwe Erkennen & Waarderen meer tractie krijgt binnen universiteiten, gevestigde wetenschappers het nut en de effectiviteit ervan in twijfel trekken. Net als anderen voor ons willen wij hierop reageren.

Wij, de ondergetekenden, vertegenwoordigen hier niet de mening van alle Open Science Community leden, maar alleen hun eigen individuele visie. Een deel van de ondertekenaars is actief in diverse Open Science Communities op basis van de overtuiging, conform wijlen Jon Tennant’s slogan, dat “open science is just science done right”. Zij zien Open Science als betere wetenschap. Dit beschouwen wij niet als een conflict of interest, maar in het kader van transparantie (zie de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit) vermelden wij dit hier zodat de lezer zelf een mening kan vormen.

De kritiek rondom Erkennen & Waarderen baseert zich op een aantal punten:

  • wetenschap komt voor alles;
  • prestaties moeten getoetst worden op basis van objectieve bestaande metrics zoals de Journal Impact Factor;
  • E&W brengt onze internationale toppositie in gevaar;
  • open science is politiek en moet daarom niet vormen hoe we wetenschap uitoefenen.

Wetenschap komt voor alles
De huidige status quo is dat een “goede” wetenschapper persoonlijke offers brengt bij het bedrijven van de wetenschap. Deze status quo werkt ongezonde werktijden en werkdruk in de hand met als resultaat een hoge kans op mentale problemen als depressie en burn-out. Kwantiteit en kwaliteit lopen in deze discussie vaak door elkaar. Zo acht men het belangrijk dat onderzoekers zo vaak mogelijk publiceren, maar tegelijkertijd publiceren in prestigieuze journals, die liefst grote, uitgebreide, en dus tijdrovende onderzoeken publiceren. Deze selectie op de hoeveelheid output van een onderzoeker maakt de positie van wetenschappers die dit ongezonde klimaat niet aan kunnen of willen extra moeilijk, bijvoorbeeld die van onderzoekers met zorgtaken. Veel van hen, veelal vrouwen en mensen met chronische aandoeningen, besluiten dan ook uit de wetenschap te stappen, waardoor veel talenten verloren gaan. Er is dus selectie niet op kwaliteit van het onderzoek, maar op hoeveel de onderzoeker wil overwerken. Bovendien doet dit perspectief geen recht aan de rol van wetenschappers als docenten en voorlichters.

Prestaties moeten getoetst worden op basis van objectieve bestaande metrics zoals de Journal Impact Factor
De Journal Impact Factor en andere metrics die al jaren gebruikt worden ter beoordeling van academici komen vaak ter sprake bij wetenschappers die zich afzetten tegen de geclaimde onmeetbaarheid van het nieuwe Erkennen & Waarderen. Prestigieuze journals zoals Nature en Science staan bekend om hun hoge Journal Impact Factor. Nu nog steeds kan een Nature artikel een wetenschappelijke carrière een boost geven door de prestige die daarbij komt kijken. Tegelijkertijd zegt de Journal Impact Factor weinig tot niets over individuele artikelen, laat staan individuele onderzoekers. Niet voor niets zegt Nature dat de Journal lmpact Factor niet voor evaluatie van onderzoekers gebruikt kan worden. Het bewijs achter de Journal Impact Factor laat ook zien dat de impact factor niet gelijk staat aan excellente wetenschap en ook niet gelijk staat aan de hoeveelheid citaties of de kwaliteit van de gepubliceerde artikelen. Voor zover de Journal Impact Factor wetenschappelijke kwaliteit voorspelt, zijn publicaties in hogere Journal Impact Factor journals gemiddeld genomen van lagere kwaliteit (Prestigious Science Journals Struggle to Reach even Average Reliability en Stagnation and Scientific Incentives). Mocht je toch de kwaliteit van tijdschriften willen kwantificeren zoals de hoogleraren in hun opiniestuk aangeven, dan is het kijken naar ondersteunde standaarden zoals pre-registratie, open data, en standaarden voor verslaggeving een beter idee.

Een bijkomend probleem is dat deze prestigieuze journals vaak niet geïnteresseerd zijn in replicatiestudies. Deze desinteresse in een kernonderdeel van de wetenschappelijke methode verlaagt de gemiddelde kwaliteit van het gepubliceerde onderzoek, maar maakt niet dat wetenschappelijke doorbraken vooral in Nature, Science en Cell staan: die suggestie is niet met literatuur te onderbouwen.

Een derde probleem is dat de focus op de Journal Impact Factor en prestige van tijdschriften leidt tot exorbitante prijzen voor open access publiceren, waardoor veel onderzoekers die hechten aan het toepassen van Open Science principes (of daartoe verplicht zijn door hun subsidieverstrekker), en/of maar weinig financiering hebben, worden buitengesloten.

Erkennen & Waarderen brengt onze toppositie in de internationale wetenschap in gevaar
Een veel genoemd kritiekpunt is de notie dat Erkennen & Waarderen de toppositie van de Nederlandse wetenschap in internationale rankings in het geding brengt. De auteurs verwijzen naar het National Institute of Health (NIH) die zich volgens hen exclusief op excellentie richt, maar een Amerikaanse NIH grant aanvrager kan in zijn/haar profielschets alleen maar artikelen noemen uit eerdere NIH grants als die open access zijn. De Journal Impact Factor speelt bij het NIH helemaal geen rol meer. Daarnaast zorgt het Matthew effect voor extra willekeur die de huidige status quo van ongelijkheid in stand houdt. Juist door de nieuwe Erkennen & Waarderen toe te passen binnen de Nederlandse wetenschap zal onze ervaring diversifiëren, zowel op inhoud (wetenschap, onderwijs, public outreach) als in het onderzoek zelf.

De wereldwijde trend richting Open Science (zie ook de UNESCO verklaring) en de problematiek in de wereldwijde wetenschap zullen uiteindelijk leiden tot de adoptie van de Nederlandse Erkennen & Waarderen praktijken in andere landen. Tot op heden hebben meer dan 2000 organisaties en meer dan 17000 individuele onderzoekers de DORA-verklaring (Declaration on Research Assessment) ondertekend, waaronder belangrijke internationale spelers zoals de European Research Council en prominente tijdschriften als Nature. Hoe mooi zou het zijn als we over tien jaar kunnen zeggen dat de evenwichtige manier waarop we in de internationale wetenschap wetenschappers nu beoordelen, begonnen is in Nederland?

Open Science is politiek en moet daarom niet vormen hoe we wetenschap uitoefenen
Het inzicht dat wetenschap onvermijdelijk deels politiek is, en de keuze voor openheid of geslotenheid en evaluatie op basis van Journal Impact Factor of andere criteria niet is gebaseerd op onomstotelijk vastgestelde objectieve optima, is een van de fundamenten van Open Science en DORA. Sinds dit inzicht gemeengoed is geworden, is het bevreemdend om te lezen dat de status quo wordt gepresenteerd alsof die ooit is ingesteld omdat het de beste benadering is. Dit geldt temeer daar we allemaal de problematiek kennen met betrekking tot de reproduceerbaarheid van individuele resultaten. Dit is in de meeste gevallen niet per definitie terug te leiden naar fraude, hoewel dit in enkele gevallen wel zo is. De grootste oorzaak zit in het slecht beschrijven van methodieken en de onzichtbare vrijheidsgraden die wetenschappers hebben, waarbij ze (vaak onbewust) vervallen in praktijken zoals “p-hacking”. Open Science, een belangrijk speerpunt van het nieuwe Erkennen & Waarderen, zorgt voor meer transparantie in het opzetten, uitvoeren en rapporteren van onderzoek. En juist dit leidt tot beter onderzoek en dus de excellentie die de hoogleraren heel belangrijk achten.

Bovendien heeft Open Science ook als doel het samenwerken met andere onderzoekers, waardoor in een zeer vroeg stadium peer review plaatsvindt op basis van het eigenlijke onderzoek, en niet het gepolijste verhaal in het latere tijdschriftartikel. Open Science is veel meer dan Open Access, wanneer wetenschappelijke artikelen gratis en/of met een open licentie beschikbaar zijn voor onderzoekers en andere geïnteresseerden binnen en buiten de universiteit. Andere belangrijke aspecten van Open Science kunnen de transparantie en daardoor de kwaliteit van onderzoek verhogen door het beschikbaar stellen van de data (open data), analyse scripts (open code & software), en rapportage standaarden in wetenschappelijk publiceren waarop onderzoek is gebaseerd. De keuze voor Open Science is overigens al gemaakt door de universiteiten, VSNU en KNAW, en ligt besloten in het transparantiebeginsel van de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit. Ook als dit als een politieke keuze wordt gezien, is het er wel een die het kader vormt voor integer handelen voor Nederlandse wetenschappers.

Op weg naar een nieuwe standaard
Wij betogen dat het nieuwe Erkennen & Waarderen absoluut de juiste weg vooruit is. Dit wil niet zeggen dat we alles van de “oude manier” moeten loslaten. Wetenschap is gebaseerd op verandering en de vaardigheden en outputs die we vroeger waardeerden (degelijk onderzoek doen, artikelen publiceren) zijn nog steeds belangrijk, maar het zijn niet de enige waardevolle vaardigheden en outputs. Het zit in ons vak om onze inzichten aan te passen op basis van nieuwe inzichten. Deze nieuwe inzichten laten ons nu zien dat er verandering moet komen. Om alle onderzoekers een eerlijke kans te geven, ongeacht hun geslacht, huidskleur, achtergrond, afkomst en persoonlijke situatie. Excellentie kan niet worden gemeten met enkele arbitraire metrics, maar heeft een bredere kijk nodig.

Wij erkennen dat dit tijd kost, en waarderen de discussie die hier momenteel over wordt gevoerd. Er is ongetwijfeld nog veel winst te behalen door bijvoorbeeld het beter trainen van reviewers bij NWO om narratieve CV’s te beoordelen. Toch zijn wij van mening dat dit nieuwe systeem, hoewel nog niet perfect, de ruimte geeft aan alle aan wetenschap gerelateerde output, en een stap vooruit is en de wetenschap. Dit zal uiteindelijk ook de positie van Nederlandse wetenschappers in het internationale speelveld ten goede zal komen.

Op 3 augustus 2021 ondertekend door:
Als je dit bericht onderteunt, onderteken het dan hier: https://forms.gle/TodrxDe3NGoN2m6Z9

  1. Dr. Rianne Fijten, Maastro Clinic & Maastricht University, Open Science Community Maastricht
  2. Dr. Gjalt-Jorn Peters, Open University of the Netherlands, Open Science Community Heerlen
  3. Dr. Egon Willighagen, Maastricht University, Open Science Community Maastricht
  4. Dr. Anita Eerland, Utrecht University, Open Science Community Utrecht
  5. Dr. Markus Konkol, ITC, University of Twente, Open Science Community Twente
  6. Dr. Dennie Hebels, Maastricht University, Open Science Community Maastricht
  7. Dr. Vera E. Heininga, University of Groningen, Open Science Community Groningen
  8. Dr. Maurits Masselink, Radboudumc, Open Science Community Groningen
  9. Prof. Dr. Raul Zurita-Milla, University of Twente, Open Science Community Twente
  10. Dr. Jonas Sundberg, Technical University of Denmark
  11. Mehmet Necip Tunc (PhD Candidate), Tilburg University
  12. Didi Lamers (PhD), Radboud University Nijmegen
  13. Hanne Oberman (MSc), Utrecht University, Open Science Community Utrecht
  14. Dr. Maikel Waardenburg (UD), Utrecht University
  15. Erik Roelofs, Maastricht University
  16. Marieke Schreuder (PhD student), UMCG, Open Science Community Groningen
  17. Dr. Jeanette Mostert, Radboudumc Nijmegen, Open Science Community Nijmegen
  18. Dr. Alie de Boer, Maastricht University
  19. Fionneke Bos (Postdoctoral researcher), University Medical Center Groningen
  20. Naomi Nota (PhD), Radboud Universiteit, Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek
  21. Leonard Wee (Docent / Assistant Professor), Maastricht University
  22. Patricia Romero Verdugo, Radboud University; Radboud University Medical Centre
  23. Stefan Frank (UHD), Radboud Universiteit
  24. Joanna Rutkowska, Radboud University
  25. Dr. Sander W. van der Laan, University Medical Center Utrecht, Open Science Community Utrecht
  26. Dr. Eva Poort, Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek, Open Science Community Nijmegen
  27. Prof. dr. Arjan Bos, Open Universiteit
  28. Dr. Sander Bosch, VU Amsterdam, Open Science Community Amsterdam
  29. Bram Zandbelt, Nederlandse Spoorwegen
  30. Frederik D. Weber, National institute for Neuroscience, Amsterdam & Donders Institute/ Radboudumc, Nijmegen, Open Science Community Nijmegen
  31. Kasper Gossink-Melenhorst (MSc), Responsible Research Assessment, NWO
  32. M. Dingemanse (Associate Professor), Radboud University, Open Science Community Nijmegen
  33. Dr. Christopher McCrum, Maastricht University
  34. Dr. Dominique Maciejewski, Radboud University Nijmegen
  35. Dr. Ir. Bram van Es, UMCU
  36. Annika Tensi (PhD Candidate), Wageningen University & Research, Open Science Community Wageningen
  37. Rowan Sommers, MSc., Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek
  38. Lino von Klipstein, MSc., University Medical Center Groningen
  39. Hajar Hasannejadasl, Maastricht University
  40. Ruud Houben, Maastricht University
  41. Dr. Karin Sanders, Utrecht University, Open Science Community Utrecht
  42. Dr. Surya Gayet, Donders Institute & Utrecht University
  43. Anshu Ankolekar (PhD Candidate), Maastro Clinic/Maastricht University
  44. Dr. Loek Brinkman, UMC Utrecht, Open Science Community Utrecht
  45. Prof. dr. Maarten Kleinhans, Universiteit Utrecht, Open Science Community Utrecht
  46. Merle-Marie Pittelkow (MSc), University of Groningen, Open Science Community Groningen
  47. Dr. Eiko Fried, Leiden University
  48. Alexandra Emmendorfer (PhD Candidate), Maastricht University
  49. Joyce Hoek (PhD student), University of Groningen
  50. Dr. Thomas Nagler, Leiden University
  51. Dr. Dagmar Eleveld, Radboudumc Nijmegen
  52. Erik Bijleveld (PhD), Radboud University
  53. Ine Noben (PhD Candidate), University of Groningen
  54. Dr. Marieke van Vugt, University of Groningen, Open Science Community Groningen
  55. Petros Kalendralis (PhD candidate), Maastricht University Medical Centre
  56. Dr. Marcello Seri, University of Groningen
  57. Michael D. Nunez (UD / Assistant Professor), University of Amsterdam
  58. Dr. ir. Yann de Mey, Wageningen University & Research, Open Science Community Wageningen
  59. Dirk van Gorp, Radboud University, Open Science Community Nijmegen
  60. Dr. Julia Höhler, Wageningen University, Open Science Community Wageningen
  61. Justin J.J. van der Hooft (Assistant Professor), Wageningen University
  62. Dr. Eveline Verhulst, Wageningen University, Open Science Community Wageningen
  63. Shanice Janssens (PhD candidate), Maastricht University
  64. Tessel Galesloot (PhD), Radboud university medical center, Open Science Community Nijmegen
  65. Prof.dr. Liesbeth Boersma, University Maastricht
  66. Dr. Rink Hoekstra, Rijksuniversiteit Groningen, Open Science Community Groningen
  67. Prof. Dr. Tim Hahn, University of Münster
  68. Else Eising (PhD), Max Planck Institute for Psycholinguistics
  69. Prof.dr.ir. Andre Dekker, Universiteit Maastricht
  70. Dr. Anna E. van ‘t Veer, Leiden University, Open Science Community Leiden
  71. Rebecca Calcott (Postdoc), Radboud University, Radboudumc
  72. Peder M. Isager, Eindhoven University of Technology
  73. Daan Ornée (MSc), Universitair Medisch Centrum Groningen, Groningen
  74. Dr. Sanne Booij, UMCG
  75. Ineke Wessel (Phd), University of Groningen
  76. Dr. Zsuzsika Sjoerds, Leiden University, Open Science Community Leiden
  77. Mariëlle Prevoo (Open Science officer), Maastricht University Library
  78. Marie Stadel, University of Groningen, Open Science Community Groningen
  79. Dr. Antonio Schettino (Coordinator Open Science), Erasmus Universiteit Rotterdam, Open Science Community Rotterdam
  80. Lorenza Dall’Aglio (PhD Student), Erasmus MC, Rotterdam R.I.O.T. Science club
  81. Laura Dijkhuizen (PhD candidate), Utrecht University, Open Science Community Utrecht
  82. Dr. Maikel Waardenburg (Assistant professor), Utrecht University
  83. Aiara Lobo Gomes (Postdoc), Maastricht University
  84. Dr. Jan Rijnders, Radboud Universiteit
  85. Carien Hilvering (Bibliometrics & Impact Specialist), Maastricht University Library
  86. Prof. Bartel Van de Walle, UNU-MERIT and Maastricht University
  87. Dr. Roman Briker, Maastricht University, Open Science Community Maastricht

Reactie Erkennen en Waarderen op opiniestuk in ScienceGuide

Op 19 juli 2021 verscheen een opiniestuk op de website van ScienceGuide als reactie op een artikel dat gepubliceerd is op 25 juni 2021 op de website van Nature over het loslaten van de impactfactor door de Universiteit Utrecht. In het opiniestuk worden zorgen geuit over en vraagtekens gezet bij het programma Erkennen en Waarderen.

We waarderen het dat wetenschappers hun zorgen uiten over Erkennen en Waarderen. We reageren dan ook graag op de gestelde vragen. Graag gaan we het gesprek aan om met elkaar te werken aan een nieuwe balans in het erkennen en het waarderen van de talenten van wetenschappers.

Erkennen en Waarderen
Veel wetenschappers ervaren een te eenzijdige nadruk op onderzoeksprestaties, waardoor de andere kerndomeinen, zoals onderwijs, impact, leiderschap en (voor umc’s) patiëntenzorg, regelmatig onvoldoende gewaardeerd worden. Daardoor komen de ambities
in deze domeinen onder druk te staan.

De impliciete en te eenzijdige nadruk op traditionele, meetbare outputindicatoren (zoals aantal publicaties, h-index, en journal impact factor) is medeverantwoordelijk voor de hoge werkdruk, kan de balans tussen wetenschapsgebieden verstoren, en is niet consistent met de beginselen van de San Francisco Declaration on Research Assessment (DORA) die de KNAW, NFU, NWO, VSNU en ZonMw al eerder ondertekend hebben.

Om ook in de toekomst onze kracht te behouden, is modernisering van het systeem van ‘erkennen en waarderen’ hard nodig. Deze ambitie vraagt om een wezenlijke cultuurverandering van samenwerking en wetenschapsbeoefening. Met meer diversiteit in de loopbanen van wetenschappers en met meer focus op wetenschappelijk onderwijs, onderzoek, impact, patiëntenzorg en leiderschap.

In het Erkennen en Waarderen programma staan we voor een eerlijke beoordeling van wetenschappers op basis van hun eigen profiel. Dit geeft ruimte aan diversificatie en dynamisering van loopbaanpaden. Wetenschappers die uitblinken in het geven en ontwikkelen van onderwijs, impact, leiderschap en patiëntenzorg krijgen de waardering die zij verdienen. Dat betekent niet dat er geen ruimte meer zal zijn voor wetenschappers die uitblinken in het doen van onderzoek. Deze wetenschappers en de teams waarin ze werken koesteren we.

Beoordelen van wetenschappelijke kwaliteit
De auteurs van het opiniestuk stellen dat het Erkennen en Waarderen programma een verkeerd beeld schetst van de rol van impactfactor. We willen graag voorop stellen dat wetenschappers vrij zijn in de wijze waarop zij over hun onderzoek communiceren. Dat kan in een gerenommeerd tijdschrift. Dat kan bijvoorbeeld ook door een dataset herbruikbaar en toegankelijk te maken.

Veel wetenschappers ervaren nu onvoldoende balans in de waardering van hun talent. Bibliometrische indicatoren vertellen een verhaal, maar niet het hele verhaal. Indicatoren die kunnen worden gemeten of gerangschikt zijn verleidelijk omdat ze minder subjectief aanvoelen, maar dit kan een vals gevoel van precisie voeden. Een bibliometrische indicator als de Journal Impact Factor is bijvoorbeeld niet vergelijkbaar over de grenzen van wetenschappelijke disciplines heen en doet daardoor geen recht aan de diversiteit binnen de wetenschapsdomeinen en wetenschapsbeoefening. Overmatige aandacht hiervoor kan leiden tot een verstoring van de diversiteit en de maatschappelijke impact van onderzoek en staat het uitvoeren van open science in de weg. Het is daarom belangrijk het waarderingssysteem voor onderzoek te herijken en te verbreden. En we staan hierin in Nederland niet alleen. Op 14 juli heeft de European Research Council bekend gemaakt DORA te ondertekenen. De ERC vindt dit net als NWO en ZonMw in overeenstemming met het naleven van de hoogste normen voor onderzoeksbeoordeling. NWO en ZonMw willen graag als partner in het wetenschapssysteem een bijdrage leveren in dialoog met alle betrokkenen. Dat betekent dat er ruimte is voor aanpassingen en we elke stap evalueren.

Het is een misvatting dat we met het nieuwe Erkennen en Waarderen volledig afscheid willen nemen van bibliometrische indicatoren. Veel beoordelingen van wetenschappers zullen in de toekomst gebaseerd zijn op een combinatie van narratieven over prestaties uit het verleden en toekomstvisies, ondersteund door ‘demonstrable products’ en goede bibliometrische indicatoren die zijn afgestemd op het profiel en de discipline van het individu.

Daarnaast zien wij Open Science niet als een politiek onderwerp. Open Science gaat over het verbeteren van de kwaliteit van wetenschappelijk onderzoek, over een eerlijk en transparant wetenschapssysteem. En daarmee is het een onderwerp van onderzoekers zelf. Open Access, herbruikbaar maken van data, citizen science en Erkennen en Waarderen zijn uitwerkingen van deze ontwikkelingen.

Internationaal
In het opiniestuk waarschuwen de ondertekenaars dat het nieuwe Erkennen en Waarderen grote gevolgen zal hebben voor de internationale erkenning en waardering van Nederlandse wetenschappers. De wetenschappers, bestuurders en projectleiders die een rol hebben binnen het landelijke programma spreken hier vaak over. We beseffen dat de cultuurverandering waar we naar streven onzekerheid meebrengt. Ook voor jonge wetenschappers. Daarom zijn wij blij dat jonge wetenschappers betrokken zijn in het programma. Tegelijkertijd zien wij een internationale beweging op gang komen. Niet alleen binnen Nederland, juist ook op Europees niveau worden stappen gezet om de huidige manier van beoordelen te veranderen. Het uitgangspunt in al die bewegingen is om de talenten van een wetenschapper breder te beoordelen en hierbij te kijken naar de kwaliteit en inhoud van het wetenschappelijk werk zelf. Zo heeft de European University Association het hervormen van academische loopbaanpaden opgenomen in haar visie voor de komende jaren. Dit is geheel in lijn met de ambities van het programma Erkennen en Waarderen, zoals te lezen is in de position paper Ruimte voor ieders talent. Ook op landelijk niveau zien wij veel beweging. Bijvoorbeeld in landen zoals Ierland, het Verenigd Koninkrijk, Australië en Noorwegen wordt het gesprek gevoerd over een andere manier van erkennen en waarderen.

Dialoog
Modernisering van het systeem van erkennen en waarderen vergt een cultuurverandering. Het vraagt om nationale en internationale afstemming tussen alle betrokken partijen. Het vraagt bovenal dat wetenschappers zelf deze modernisering vormgeven, invullen en omarmen. Het zijn immers de wetenschappers die de loopbanen van collega wetenschappers beoordelen. Zij vormen samen het stelsel van benoemingsadviescommissies, beoordelingscommissies, visitatiecommissies etc.
Dit betekent dat we heel graag met elkaar in dialoog blijven om onzekerheden, richtingen en perspectieven te delen en te bespreken. Cultuurveranderingen gaan niet over één nacht ijs en we merken veel enthousiasme uit binnen- en buitenland, juist vanuit ‘early career’ wetenschappers. Samen geven we de verandering vorm en we nodigen iedereen daarom van harte uit om zijn/haar mening te delen en met elkaar in gesprek te gaan.

Namens het programma Erkennen en Waarderen,
Rianne Letschert en Jeroen Geurts, voorzitters regiegroep Erkennen en Waarderen

Bij vragen kunt u contact opnemen met Rob Speekenbrink, rob@noscura.nl


Update:

Op 21 juli is er een bijdrage gedeeld op ScienceGuide vanuit het perspectief van de jonge wetenschapper. Lees hier hun bijdrage: https://www.scienceguide.nl/2021/07/we-moeten-af-van-telzucht-in-de-wetenschap/