Page 2 of 23

The 2024 Recognition & Rewards Annual Report is online

This year, we made significant strides towards realising the ambitions set out in Room for Everyone’s Talent in Practice. In the report, we reflect on key developments, including the results of the first Recognition & Rewards Culture Barometer, the implementation of career paths, the importance of teamwork, and the definition of quality characteristics in academia.

We also highlight the growth of the RRview platform, the impact of the Recognition & Rewards Festival, new international collaborations, and our increased focus on dialogue and behavioural change within institutions.

Curious about the progress and the challenges ahead? Discover the full report here: https://recognitionrewards.nl/annual-report/

The Netherlands launches CoARA National Chapter

By launching a National Chapter of the Coalition on Advancing Research Assessment, or CoARA, the Netherlands is taking the next step in a thriving international partnership. This should lead to further knowledge exchange and better alignment of CoARA with Dutch developments such as Recognition & Rewards and the Strategy Evaluation Protocol (SEP). Dutch knowledge institutions and research funding bodies joined CoARA in 2022 with the aim of assessing research in a more responsible way.

A National Chapter is a local branch of CoARA. Such a chapter helps members implement the 10 CoARA commitments for better research assessment in their country or region. The commitments include recognising the diversity of research contributions and using qualitative assessment criteria.

The new National Chapter will provide support to Dutch CoARA members. Among other things, it will organise meetings where members can share news about their progress and exchange knowledge and experiences. At the same time, the chapter will strengthen the Dutch voice within CoARA, sharing Dutch experiences with an international audience at CoARA events. All Dutch research universities and UMCs, the Dutch Research Council (NWO), the Netherlands Organisation for Health Research and Development (ZonMW), the Royal Netherlands Academy of Arts and Sciences (KNAW), Saxion University of Applied Sciences and Amsterdam University of Applied Sciences are members of the chapter.

A growing network

Over the past three years, CoARA has grown from a small club of enthusiasts to an international movement for reform. More than 700 organisations worldwide have joined the coalition, from Andorra to Zimbabwe. In addition, it now has 18 National Chapters, with Norway, the UK and France among the countries that preceded the Netherlands in establishing their own chapters.

Recognition & Rewards

CoARA’s goals dovetail seamlessly with the national Recognition & Rewards programme. With that in mind, Prof. Hilde Verbeek (Maastricht University) and Prof. Arfan Ikram (Erasmus MC/ZonMw) will chair the chapter. They are also members of the Recognition & Rewards steering group and will oversee close cooperation between the two initiatives.

Nederland lanceert eigen CoARA National Chapter

Met een zogeheten ‘National Chapter’ zet Nederland een volgende stap in de bloeiende internationale samenwerking. Het moet leiden tot verdere kennisuitwisseling en een betere aansluiting van CoARA op Nederlandse ontwikkelingen zoals Erkennen & Waarderen en het Strategy Evaluation Protocol (SEP). In 2022 sloten Nederlandse kennisinstellingen en wetenschapsfinanciers zich aan bij de Coalition on Advancing Research Assessment, oftewel CoARA. Het doel: onderzoek op een meer verantwoorde manier beoordelen.

Een National Chapter is een lokale tak van CoARA. Het helpt leden om de tien CoARA-afspraken voor betere onderzoeksbeoordeling in hun land of regio te implementeren. Zoals het erkennen van de diverse contributies van academici, of het gebruik van kwalitatieve beoordelingscriteria.

Het nieuwe National Chapter zet zich in voor de Nederlandse CoARA-leden. Tijdens bijeenkomsten delen leden nieuws over hun vooruitgang, maar is er ook ruimte om kennis en ervaring uit te wisselen. Tegelijkertijd versterkt het chapter onze stem binnen CoARA, en delen we Nederlandse ervaringen met een internationaal publiek tijdens CoARA-evenementen. Alle Nederlandse universiteiten, umc’s, NWO, ZonMW, KNAW, Saxion Hogeschool en de Hogeschool van Amsterdam zijn lid van het chapter.

Een groeiend netwerk

De afgelopen drie jaar is CoARA uitgegroeid van een kleine club enthousiastelingen tot een internationale hervormingsbeweging. Meer dan 700 organisaties wereldwijd hebben zich aangesloten bij de coalitie, van Andorra tot Zimbabwe.  Ook zijn er inmiddels 18 National Chapters: onder andere Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk gingen Nederland voor in de oprichting van een eigen chapter.

Erkennen & Waarderen

De doelen van CoARA sluiten naadloos aan op het nationale programma Erkennen & Waarderen. Met die reden zullen prof. dr. Hilde Verbeek (Universiteit Maastricht) en prof. dr. Arfan Ikram (Erasmus MC/ZonMw) het chapter voorzitten. Zij zijn eveneens lid van de Regiegroep Erkennen & Waarderen en zullen toezien op de nauwe samenwerking tussen beide initiatieven.

“De eersten op het ijs hebben het meeste lef” | Afscheidsinterview Kim Huijpen

Ze is hét boegbeeld van Erkennen & Waarderen in Nederland en ver daarbuiten. Ze zette het programma op en denkt dat dit misschien wel de leukste baan van haar leven is. Om haar loopbaan verder te ontwikkelen zet ze een stap naar Universiteit Leiden. Ze gaat vol positieve verwachting aan de slag als Hoofd Onderzoeksbeleid. Een afscheidsinterview met Kim Huijpen.

In het begin vond Kim Huijpen het wel eens lastig dat de doelstellingen van het programma dat ze zelf heeft geïnitieerd, door anderen anders werden geïnterpreteerd. Elk woord uit de position paper had ze gewikt en gewogen. Zij wist toch precies waar Erkennen & Waarderen wel en juist niet over ging?
“Dat heb ik al gauw losgelaten. Het is prachtig dat mensen zich het onderwerp toe-eigenen, ik omarm het. De kans op verandering groeit ervan.”

Met z’n allen doen

Het was 2019, Huijpen, een paar maanden terug van zwangerschapsverlof, nam een concept van de position paper ‘Ruimte voor ieders talent’ door met de toenmalige UNL-voorzitter Pieter Duisenberg. Het stuk dat toen voorlag was wollig en alleen van toepassing op de universiteiten.
“Hij zei: dit moet concreter. We moeten het met z’n allen doen.”
De inzet werd de wetenschap als geheel. Ze formuleerden in heel korte tijd samen met de KNAW, de UMC’s, NWO en ZonMw een ‘eerste versie’ position paper namens alle publieke kennisinstellingen en onderzoeksfinanciers. Met hulp van twee veranderkundig adviseurs tuigde Huijpen vervolgens een programmastructuur op. “Best een opgave!”

Erkennen & Waarderen was met de vijf thema’s ‘Loopbaanpaden, Leiderschap, Team Science, Open Science en Beoordelen van Kwaliteit’ een feit.

De uiteindelijke position paper ‘Ruimte voor ieders talent’ zag het levenslicht nadat een aantal rectoren zelf meeschreven. “Zo ontstond collectief eigenaarschap. Een vormend moment voor mij.”
Er kwam een samenwerkingsverband met op elke instelling een commissie, waar mogelijk met themabijeenkomsten verspreid over het land, dialoogsessies – “gebruik nooit het woord discussie, altijd dialoog”- en online overleg. Er was in het tweede jaar een fase dat een groep wetenschappers zich in een open brief op ScienceGuide uitspraken en hun zorgen uitten over het programma. Ook voorstanders wisten de podia van verschillende media vruchtbaar te vinden. Verder dan een briefwisseling ging dit dispuut niet, het verlangen naar verandering zat dieper.
“De zin ‘geuite zorgen zijn geen weerstand, maar informatie waar je van kunt leren’, was voor mij leidend in die tijd.” De pandemie versnelde bovendien het samenwerken en maakte internationale uitwisseling bereikbaarder. Nu, na vijf jaar, durft Huijpen het programma met een gerust hart over te dragen aan een opvolger. “We draaien de beweging niet meer terug.”

Nulresultaten verdienen óók een publicatie

Dat Huijpen Erkennen & Waarderen (E&W) wilde aanjagen is geen toeval. Ze verdiepte zich in de jaren vóór E&W in wetenschappelijke integriteit en kwaliteitszorg voor onderzoek. Onderwerpen die binnen E&W ook aan de orde komen en waar haar eigen drijfveren nauw mee verweven zijn. Ze verzet zich tegen de driver om veel te publiceren. “Tijdens mijn studie psychologie zag ik al dat die was scheefgegroeid.”

Ze licht op verzoek toe waarom de wijze waarop onderzoeksresultaten tot ontwikkelingen in het vakgebied leiden niet klopt. “In de psychologie toets je resultaten via een controle- en experimentele groep. Als daar een significant statistisch verschil is, kun je je onderzoek gepubliceerd krijgen. Zo niet dan is dat heel moeilijk. Als psychologiestudent leer je vrij snel dat de wereld zo werkt. Echter: onderzoek waar je geen verschil vindt, is in wezen net zo relevant. Het is zonde dat wetenschappers wereldwijd vijftien keer aan hetzelfde experiment werken, geen verschil vinden en dat niet van elkaar weten omdat er geen publicatie uit volgt. Wat mij betreft verdienen nulresultaten ook een publicatie. Zo help je andere wetenschappers verder.”

Ze raakt op dreef. Ook ‘reproduceerbaarheid’ vindt ze een thema dat niet goed is geborgd. “Om er zeker van te zijn dat een wetenschappelijke uitkomst geen toeval is, moeten we veel meer onderzoek proberen te repliceren. Alleen: krijg daar maar eens financiering voor. Laat staan een publicatie.” En: “Publicaties tellen is funest voor vrouwen die zwanger worden; zij hebben veel minder tijd om tot dezelfde resultaten te komen als degenen zonder kind in hun buik.”

Onderwijs prominenter zichtbaar maken

Het is duidelijk: wat Huijpen betreft moeten we zo snel mogelijk af van indicatoren als het aantal publicaties, de H-index en de Journal Impact Factor. Dat biedt bovendien meer ruimte voor het prominenter zichtbaar maken van die andere kerntaak van de universiteit: wetenschappelijk onderwijs.

“De waardering voor onderwijs is voor mij een grote drive. Tijdens mijn studie kwam ik er vrij snel achter dat wetenschappers die supergoed onderwijs geven, weinig carrièremogelijkheden en waardering krijgen. Het kan nooit zo zijn dat de focus alleen op onderzoek ligt bij een universiteit.”

Na zes jaar Erkennen & Waarderen vraagt ze zich wel eens af of haar eigen perspectief is verwaterd. “We hebben nog geen duidelijk antwoord hoe je bepaalt wat kwaliteit van onderzoek dan wél is.” Meteen heeft ze ook de nuance van die gedachte voor handen: “Dat is deels bewust geweest, we wilden niet van het ene naar het andere vinklijstje werken. Als je in een te vroeg stadium concrete criteria ontwerpt zonder heldere visie, is het gevaar dat de spelregels wel veranderen, maar het spel niet.” Bovendien lag de eerste prioriteit bij wat ze noemt “de kern van het programma”, namelijk het formuleren van diverse loopbaanpaden. De wens was om daar een uitgebreide HR-gemeenschap aan te verbinden. “Niet elke HR-adviseur komt in beweging als je aan komt zetten met het vocabulaire rondom wetenschappelijke kwaliteit.”

Dankzij die focus verhouden inmiddels bijna alle instellingen zich tot diversiteit in het wetenschappelijke loopbaanpad. Maakt dat haar content? Deels. “Ik zie enorm mooie ontwikkelingen, de profielen beginnen een plek te krijgen in het vocabulaire van mensen.” Echter: “Sommige universiteiten hebben bewust gekozen om geen profielen te ontwikkelen maar maatwerk, omdat loopbaanpaden te weinig flexibel zouden zijn voor specifiek talent. Ik kan dat volgen, ik ben wel bang dat die aanpak minder houvast geeft voor wetenschappers om een gesprek met je leidinggevende te voeren over de richting die je voor je ziet. Het spannende voor mij is, dat ik bij een universiteit ga werken die voor maatwerk kiest. Ik ben natuurlijk heel benieuwd of ik er over een jaar heel anders over denk.”

Naast de afweging rond maatwerk in plaats van profielen, weet ze dat de praktijk nog moet wennen aan de ‘ruimte’ voor ‘ieders’ talent. Niet elk profiel heeft op elke universiteit bijvoorbeeld evenveel status. De vraag is hoe je daarop kunt anticiperen in een kwetsbare positie. Wat kan iemand volgens Huijpen doen om de gelijkwaardigheid van de profielen in balans te brengen? “Ik denk dat dit heel belangrijk is. In het visiedocument van de European Universities Association ‘Universities without walls – A vision for 2030’ staat daar veel zinnigs over. Dat gaat over parity of esteem tussen onderwijs en onderzoek. Die is nodig, cruciaal en nog niet voldoende aanwezig. Ik denk dat eerlijke keuzes maken voor leidinggevenden heel ingewikkeld is in een wereld waar onderzoek meer status heeft dan onderwijs en impact. Lang niet iedereen kan zich veroorloven om tegen de stroom in te zwemmen. Om deze verandering door te maken hebben we mensen nodig die met volle overtuiging kunnen kiezen voor wat bij ze past, wetend dat het kwetsbaar is. Pas een klein deel van de wereld is veranderd. We hebben óók nog van de voorhoede nodig dat ze zich er publiekelijk op voorstaan, zodat anderen kunnen zien welke mogelijkheden er zijn. Dan gaat hopelijk de parity of esteem veranderen. Degene die als eerste op het ijs gaat staan heeft het meeste lef. Op een gegeven moment heeft dat ijs voldoende draagkracht voor de massa.”

Mensen willen af van de hypercompetitie

Mogelijk verstevigt de bodem sneller dankzij een ander speerpunt van Erkennen & Waarderen: het wetenschappelijke team. Je ontdekt als (leidinggevend) wetenschapper vanzelf dat mogelijkheden groeien zodra het team gezond in elkaar zit. Huijpen: “Het onderwerp team science resoneert breed in de wetenschap, omdat heel veel mensen af willen van de hypercompetitie en focus op het individu.”

Het team vooropzetten is in haar ogen een antwoord op een ongemak dat veel mensen ervaren. “Kiezen voor een team stuit op weinig verzet. Ik bespeur een behoefte om dat nog concreter te maken, bijvoorbeeld met kwaliteitscriteria. Een complex vraagstuk waar we denk ik niet snel een antwoord op hebben. De wisselwerking tussen de profielen en het teamwerk begint als concept gelukkig wel te leven.”

Stoeien met COVID19

Dat zag ze bijvoorbeeld tijdens haar vierde Recognition & Rewards Festival in 2024. Blij verrast was ze dat zo veel instellingen met een interessante workshop rondom teamvorming en strategie op de proppen kwamen. Ze besloot meteen om de workshops te bundelen in een boekje, om dat aanbod ook na de bijeenkomst te kunnen blijven verspreiden.

De festivals onder haar hoede markeren op onvoorziene én memorabele wijze het verloop van het programma, met de eerste drie jaar COVID-19 als grote antagonist. Van opwinding dat het lukte om online zo’n sterk en professioneel programma samen te stellen – “er heerste een enorme juichstemming, we hadden van niets iets gemaakt” -, naar deceptie omdat er wéér een editie digitaal moest en vrolijkheid toen iedereen elkaar uiteindelijk in de Pieterskerk in Utrecht in levenden lijve zag.

De festivals zijn één van de publieke scharnieren die het gesprek tussen de Nederlandse en internationale beweging op het vlak van E&W voeden. Ook Huijpen scharnierde reizend heel actief. “Ik heb veel op plekken in Europa mogen spreken. Heel vaak kwam de uitnodiging uit de Open Science community. Als je buiten Nederland kijkt is Open Science een driver om met rewards en incentives aan de slag te gaan. Erkennen & Waarderen is in feite een uitkomst van de Science in Transition beweging. In Leiden en Utrecht zijn de onderwerpen in het verlengde daarvan heel stevig verbonden gestart. Daar ziet men open science als een heel breed begrip, andere instellingen interpreteren het smaller.

Ik ben zelf op dat vlak een beetje medium. Wat mij betreft zijn ze strongly intertwined, maar niet hetzelfde. Ik vind dat E&W breder is dan Open Science en vice versa. Open Science gaat bijvoorbeeld niet, of maar heel beperkt over onderwijs, E&W wel.”

Ze benadrukt de urgentie van deze verbinding. “Het is niet alleen nodig dat we open science practices en open science output moeten erkennen en waarderen, we moeten tegelijkertijd ook minder kijken naar publicaties in bepaalde journals. Er zijn veel open access tijdschriften met nauwelijks een journal impact factor. Als je in je beloningsstructuur alleen naar de tijdschriften met een hoge impact factor blijft kijken, gaan mensen niet open access publiceren.”

De menselijke kant van leiderschap

Het enige onderwerp uit de position paper dat nog niet de revue passeerde, is leiderschap. Is Huijpen te spreken over de verplichte leiderschapstraining voor leidinggevenden die de universiteiten voor ogen hebben? “Over hoe je de juiste leiders kiest en creëert verschillen de ideeën. In brede zin verdienen leiderschapskwaliteiten volgens mij meer erkenning en waardering binnen universiteiten, umc’s en onderzoeksinstituten. Dat gaat over goede gesprekken kunnen voeren, door kunnen vragen, mensen zien. Studenten en medewerkers verdienen dat er naar hen gekeken en geluisterd wordt. De afgelopen twintig jaar lag de nadruk bij leiderschap op financiering en aantal publicaties, ik hoop dat er een kentering gaande is richting de menselijke kant van het leiderschap. En ik hoop dat er uiteindelijk geen universiteiten meer bestaan die tafels hebben met bordjes ‘alleen voor hoogleraren’.”

Van een afstandje vindt ze het heel moeilijk om in te schatten hoever het programma werkelijk is ingedaald. “Er ontstaan mooie visies en goede initiatieven. Er zijn veel ambassadeurs, mensen die voor het programma hebben gewerkt en nu in een andere functie het gedachtegoed meenemen. Ik blijf natuurlijk ook ambassadeur voor Erkennen & Waarderen in Leiden.”

Bezuinigen met oog voor team én talent

Ze maakt zich wel “een beetje” zorgen over de bezuinigingen. “Het zou kunnen dat wetenschappers daardoor terugvallen op bekend terrein als financiering verwerven en alles in het verlengde daarvan. Durven ze in tijden van bezuiniging te kijken naar wat de groep nodig heeft, welk talent er in huis is en of dat op elkaar aansluit?”

Aan de andere kant is ze vooral optimistisch. Ze ziet internationaal veel beweging en denkt dat er een onomkeerbare verandering is ingezet.
En haar eigen toekomst? “Ik kijk ernaar uit om mijn thematische scope verder uit te breiden en de rol van teamleider te vervullen. Erkennen & Waarderen was één grote leiderschapstraining. Ik hoop die in de praktijk te gaan brengen.” Was het in de praktijk van de afgelopen jaren bevredigend om te ervaren dat het werkt, erkenning en waardering geven? (het is even stil) “Ik hoop dat het werkt en dat ik het doe, ik word er een beetje verlegen van. Dat moet je aan anderen vragen denk ik. Ik krijg nu zelf heel veel waardering met het aankondigen van deze stap, dat is heel bijzonder om te ervaren.”

 

Tekst interview: Claartje Chajes