Dutch Recognition and Rewards in a European perspective
Yesterday (March 18) a consultation meeting of research performing organisations took place. The European Committee Research & Innovation organised this meeting. Several European research funders focused on the assessment of researchers and research teams. Jeroen Geurts, chair of ZonMw and ambassador for the Dutch initiative Recognition and Rewards, was there to represent the Dutch perspective.
Jeroen Geurts started his contribution to the round table discussion with a short statement in which he highlighted the position paper Room for everyone’s talent: towards a new balance in the recognition and rewards for academics and gave some examples of activities to assess researchers not only on their research but also on education, a balance between individual and team science, leadership and clinical research. Examples were among other things the introduction of a narrative CV in the funding scheme ‘Talent programme’ of NWO and ZonMw, a national report about professionalising data stewardship by setting out guidelines for competences, training and education, and to make Open Science (open access and FAIR data) a standard item to be addressed in calls and application forms.
Jeroen Geurts: “Reasons for success in the Dutch Rewards & Recognition process were the early build of a strong coalition of RPOs and funders and a subsequent bottom-up process that enabled thorough, local implementation of the changes proposed. This way, we could change not only the rules, but the entire game.”
Dit artikel verscheen eerder op Universonline.nl en is geschreven door Ron Vaessen. Het artikel komt vanuit de Universiteit Tilburg.
Toponderzoekers gaan hun plek in de schijnwerpers delen. Carrière maken aan de universiteit moet ook mogelijk worden als je een goede docent bent, of een leider. Maar hoe gaat Tilburg University de omslag maken en wanneer merken medewerkers hier iets van? Zeven vragen over het nieuwe erkennen en waarderen.
Beeld Bas van der Schot
Het is hoog tijd dat wetenschappelijk medewerkers meer gewaardeerd worden, besloten de veertien Nederlandse universiteiten in 2019. Nu krijgen de plannen verder vorm. Aan Tilburg University is er een stuurgroep opgezet die wordt geleid door emeritus hoogleraar Human Resource Studies Jaap Paauwe.
De komende tijd voeren ze gesprekken met medewerkers en in het najaar moeten er al serieuze beleidsvoorstellen op tafel liggen. Univers blikt vooruit met Paauwe en hoogleraar Communication and Technologies Marjolijn Antheunis en decaan van Tilburg Law School Geert Vervaeke, allebei lid van de stuurgroep.
1. Waarom is het nodig wetenschappelijk medewerkers anders te waarderen?
Je studenten mogen vinden dat je een kei bent, je kan steevast bijspringen als een collega ziek is of enorm helpen bij een beursaanvraag. Maar verwacht geen applaus als je die beurs niet zelf binnensleept of als de publicatie in het toptijdschrift niet op jouw naam staat. Onder de streep word je afgerekend op je eigen onderzoeksresultaten. De rest is bijzaak.
“Veel mensen halen voldoening uit het geven van onderwijs,” zegt Marjolijn Antheunis. “Maar het wordt ook als een noodzakelijk kwaad gezien, omdat het ten koste gaat van je onderzoeksoutput en dus eventuele waardering, bevordering en een beurs in de weg zit.” Jaap Paauwe ziet dit ook gebeuren: “Een universitair docent die veel passie heeft voor onderwijs, daar wordt een beetje op neergekeken.”
De wetenschapper lijkt tegenwoordig wel een one-trick-pony, zegt hij, die vooral goed is in onderzoek. “Dat doet geen recht aan je functie als academicus.”
2. Hoe moet het dan wel?
“Het moet volkomen legitiem worden om je te specialiseren in onderwijs,” zegt Paauwe. Het idee is dat wetenschappers voortaan zelf kiezen hoe ze hun loopbaan indelen. Er zijn vijf domeinen waarop medewerkers de nadruk kunnen leggen: onderwijs, onderzoek, impact, leiderschap en team spirit. Er wordt gedacht aan profielen om uit te kiezen.
“Onderwijs en onderzoek zijn de basis,” zegt Antheunis. Daar kan niemand omheen. “Maar als je excelleert in onderwijs en onderzoek gewoon goed doet, kan je nog steeds groeien.” Een departementshoofd die leiding geeft en ook goed onderwijs verzorgt, hoeft dus niet uit te blinken in onderzoek.
Zo wordt de weg vrijgemaakt voor allerlei talenten die nu onopgemerkt of ondergewaardeerd blijven. Paauwe: “We blijven topwetenschappers koesteren, maar niet meer als enige.”
In het begin van een loopbaan doen medewerkers ervaring op in alle domeinen. Paauwe: “Zo weet je waar je sterktes liggen.” Met meer ervaring wordt het mogelijk om het zwaartepunt te verleggen, zegt Geert Vervaeke. “Mensen hoeven niet meer alle vaardigheden ineens te ontwikkelen, maar doen dat gedurende vijf á tien jaar.”
Het moet allemaal een stuk flexibeler worden. Als de situatie erom vraagt, kan een wetenschapper bijvoorbeeld tijdelijk meer onderwijs geven, zonder daarop te worden afgerekend.
3. Wat wil ‘team spirit’ eigenlijk zeggen?
Dat het normaler gaat worden om in teams te werken. En dat gebeurt volgens de drie eigenlijk al. Wetenschappers zijn heus niet alleen met zichzelf bezig. Ze springen bij in het onderwijs, helpen met het oefenen van een presentatie. Maar tot nu toe werden ze dus vooral afgerekend op de eigen onderzoeksprestaties.
“Mensen die in de gaten springen zijn cruciaal, maar dat wordt nu voor lief genomen,” zegt Antheunis. “Veel collega’s willen graag samenwerken. Het verbetert hun onderzoek en inzichten, alleen voorheen moesten ze toch voor de eigen zaak vechten.”
Er wordt een mentaliteitsverandering nagestreefd. Vervaeke: “We zouden samen feest moeten kunnen vieren als een collega een toppublicatie heeft. En die collega zou blij moeten zijn dat anderen taken hebben overgenomen. Want als je een toppublicatie hebt, heb je de ruimte gekregen van je organisatie om dat te realiseren.”
Lees verder na de afbeelding
Beeld Bas van der Schot
Meer denken vanuit het team en minder vanuit het individu. Samen verantwoordelijkheid nemen, voor doelen van het departement of de faculteit. Paauwe: “De verwachting is bijvoorbeeld dat je als compleet team straks verantwoordelijk bent voor de bachelors of masters, en daar verschillende rollen in vervult.”
Of samen werken aan de grote uitdagingen van deze tijd, zoals klimaatverandering of groeiende inkomensongelijkheid. “Complexe maatschappelijke vraagstukken vereisen steeds meer de samenwerking in teamverband vanuit verschillende functies en disciplines.”
4. Dat lijkt tegenstrijdig. Er komt meer nadruk te liggen op de wensen van het individu, maar tegelijkertijd wordt het team belangrijker. Worden mensen dan niet alsnog gedwongen om een bepaalde taak uit te voeren?
“Gedwongen is geen term die past bij Erkennen & Waarderen, of in de academische wereld. Dat schuurt enorm,” zegt Vervaeke. “Maar soms zijn er dingen die moeten gebeuren in een team. Dat is nu ook zo. Bijna alles van ons werk is fantastisch, maar niet alles.” Het wordt een puzzel die medewerkers samen gaan leggen, denkt hij.
“In de kern gaat het om het versterken van talenten”, zegt Antheunis. Natuurlijk kan niet iedereen zich volledig richten op onderzoek, dan zouden de collegezalen leeg zijn. Maar het punt is dat niet iedereen alleen maar onderzoek wil doen. Talenten liggen soms juist elders.
En als een medewerker toch toponderzoeker wil worden, maar eigenlijk vooral goed is in het geven van onderwijs? Dan is het zaak een spiegel voor te houden. “Maar er zal nooit gezegd worden: ‘Je mag dit niet doen, of je moet dat doen.’”
5. Hoe worden wetenschappers straks beoordeeld?
In de resultaat & ontwikkelingsgesprekken (R&O) zijn de vijf domeinen al opgenomen, zegt Paauwe. Het wordt mogelijk zelf accenten te leggen. Ook is het de bedoeling dat de kwantitatieve maatstaven zoals impact factor en h-index een kleinere rol gaan spelen. Maar wat komt ervoor in de plaats, en hoe wordt voorkomen dat het subjectieve oordeel van de baas een te grote rol speelt?
“Een idee is om naar gedrag te kijken. Bij leiderschap en team spirit kun je bepaalde gedragingen benoemen en vragen of iemand dat herkent,” zegt Paauwe. “Iemand die de gaten dichtloopt, dat is een magnifiek voorbeeld van team spirit.” Daar kan het gesprek dan over worden gevoerd.
Vervaeke wijst erop dat vakgroepvoorzitters “dicht bij de mensen zitten” en “veel informatie hebben”, wat zou helpen een eerlijk oordeel te vormen. Ook denkt hij dat Tilburg University hier een streepje voor heeft. Met het programma Connected Leading worden leidinggevenden al langer getraind ‘zelfreflexief’ te zijn, “hun eigen voorkeuren of afkeren te ontdekken en die op de meest positieve manier in te zetten. Niet ten nadele van de mensen waarmee ze samenwerken.”
6. Wanneer gaan medewerkers hier iets van merken?
“In het najaar zou er al veel gerealiseerd moeten zijn,” zegt Paauwe. Dan zijn er naar verwachting nieuwe richtlijnen en criteria voor de R&O-gesprekken, benoemingsadviescommissies en bevorderingen. In 2022 moet het allemaal langzaam indalen. “Je gaat mensen dan trainen en laten oefenen met de nieuwe criteria en wegingen.”
Eigenlijk is een nieuwe universiteit dus al in zicht. “Iemand van de universiteitsraad noemde mij naïef,” zegt Paauwe. Daar herkent hij zich niet in. Hij is ambitieus, ja, maar vooral optimistisch. De plannen zijn breed gedragen, de tijd is er rijp voor.
Al weet Paauwe vanuit zijn vakgebied heel goed dat grote veranderingen een lange adem vereisen. “We hebben te maken met een cultuurverandering,” zegt ook Geert Vervaeke. “De uitkomst daarvan ga je pas op middellange termijn zien. Over vijf, tien, twintig jaar.” Marjolijn Antheunis: “Het kost gewoon tijd.”
7. Vertraagt het coronavirus de plannen niet?
Niet echt. Paauwe had liever fysiek aan tafel gezeten met het wetenschappelijk personeel. Dan kan er eens iemand boos worden en met de vuist op tafel slaan, of een grapje maken. “Ik had me daar op verheugd, dan ontmoet je de mensen echt. Je mist nu een deel van de lichaamstaal en passie. Maar corona is geen reden om het allemaal uit te stellen.”
Het gaat wel lukken om met medewerkers in gesprek te gaan over de plannen, denkt Antheunis. Ook achter een webcam. “Uit onderzoek weten we dat online dialoogsessies niet veel afdoen aan de inhoud.” Ze is vooral blij dat de stuurgroep, met Paauwe voorop, heeft doorgezet, ondanks alle druk die corona meebracht. “Dit laat zien welk belang we eraan hechten. We willen de academie gezonder maken.”
Meer over de planning en voortgang van Erkennen & Waarderen binnen de Universiteit van Tilburg vind je op de intranet-pagina van de universiteit.
The first prize of the Dutch Higher Education Awards is elected to TU Eindhoven innovation Space and LeerLevels of the Amsterdam University of applied sciences. On Monday march 1st, during the ComensiusFestival, Minister Van Engelshoven awarded the prizes for the first time.
The price helps educational teams to finance (new) projects for innovation and/or improvement of higher education. The price serves as a recognition for teams of teachers that deliver a top performance, and it motivates teachers to continue their great work of innovation and knowledge sharing.
Other winning teams The second and third place prizes for universities were awarded to Urban Futures Studio of the University Utrecht and RASL-minor, Erasmus University, in cooperation with Willem de Kooning Academie Hogeschool Rotterdam and Codarts. The second and third place prizes for universities of applies sciences were for the Open-ICT team of Utrecht and Team Value Creators of Windesheim.
An extensive article (in Dutch) and jury rapport can be found here.
Leiden University has an active open science community. Open science means transparency in all phases of research by precisely documenting every step of the way and making this publicly available. ‘It’s time to be open,’ say psychologists Anna van ’t Veer and Zsuzsika Sjoerds. There is increasing awareness of the need for open science, or open scholarship as it is sometimes called, also at Leiden University.
Perhaps it’s no coincidence that psychologists Van ’t Veer and Sjoerds are advocates of open science. Because theirs is one of the disciplines in which studies have been replicated in recent years but did not always produce the same results. How this could be has generally remained unanswered, since it was not possible to establish exactly how the researchers had achieved their results in the first place. The premise of open science is to make science more traceable.
Anna van ‘t Veer: ‘Open science is very practical.’
Behaviour change
Open science is a broad, overarching theme, the researchers explain. It ranges from being aware of human bias – unconscious prejudices or assumptions – to publishing in open access journals. But it is also very practical: a different mentality and working method that requires behaviour change. The brainwork often ends up more towards the start of the research process. This means precisely planning, explaining and documenting aspects such as the hypothesis, methodology, process and data analysis. This removes any flexibility that might prompt decisions that would lead to the desired (often positive) result.
Equally important is to keep a record of the ins and outs of the research, not only for your own benefit but also for others to reproduce and replicate the research. Van ‘t Veer: ‘The principle of transparency runs through the project from beginning to end.’
Sjoerds: ‘It’s also important to make the data and materials FAIR: Findable, Accessible, Interoperable and Reusable.’ This concept has gained wide recognition. ‘At the start of a project,’ Sjoerds continues, ‘it’s already covered in the Leiden data management plan, and at the end, if we make the work more accessible through an open access publication. Transparency is also making a preprint public before journal submission, and even the reviews.’
FAIR (graphic: Sangya Pundir).
Learning from other disciplines
At the last count, around 700 people at 11 universities in the Netherlands were active in an open science community, which means our country is taking the lead. The open science community includes not only scientists and lecturers but also IT specialists, library staff and other support staff. They document scientific research, so have an important role in the scientific infrastructure, making them natural open science partners.
The open science community helps people learn from one another in the most efficient way possible. One discipline knows more about one aspect, whereas another discipline knows more about another. The community’s workshops are often very practical, covering, for instance, how exactly to describe everything precisely beforehand. That is a skill that you have to learn. Van ‘t Veer: ‘My first pre-registration probably wasn’t very good, but the point is that you learn by doing.’ Many disciplines, she adds, now face the challenge of learning the art of advance planning and making their choices transparent. ‘But I hear from colleagues that the first hurdle, working out how to do that, is the most challenging and once you’ve cracked that, it’s easy to get behind the new method of working. After all, research is about generating reliable knowledge for society. Some researchers are relieved even, because during the analysis they no longer have to think: if I tried something else, would that be significant?’
Zsuzsika Sjoerds: ‘Researchers are already used to many aspects of open science.’
Baby steps
If this new working method is so important, why isn’t everyone doing it already? Sjoerds: ‘Scientists feel that it is a lot of work and that they don’t have time for it. What I always try to tell them is that they do a lot already. They record much in advance in ethics proposals and data management plans, and often publish open access. Making datasets available is on the rise as it is. And I tell them it’s about becoming more aware and restructuring your habits, and therefore often about baby steps.’
Van ‘t Veer: ‘Awareness and motivation are important. Checklists alone are not enough. That won’t achieve optimal science. Change takes time, and the departmental culture and leadership are very important too. But it will ultimately pay off in terms of quality, and later still, in terms of time. The science of the future will be more transparent, and therefore more open for correction. Recognition of this is also changing. Alongside the university’s open science programme, you can currently see this in the national Recognition and Rewards programme that is running in Leiden.’
Figurehead
The university now has an open science figurehead: Paul Wouters, dean of the Faculty of Social and Behavioural Sciences and keen supporter of open science. The Executive Board is also an advocate, and there is a workgroup with linking pins, including Van ’t Veer, the holders of the open science portfolio in the Strategic and Academic Affairs directorate at the Administration and Central Services department and Leiden University Libraries, and there is a sounding board with representatives from all the faculties. But will it be enforced? No, that’s not how it works at a university. It’s about facilitating, ensuring that it’s easier for everyone to take the necessary steps and to gently steer them in the right direction.
Van ‘t Veer: ‘Ultimately the increasing recognition that open science will be essential will one way or another result in legislation in the national or international arena. The good thing about the combination of bottom up and top down is that we can give shape to an open future together.’